direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Elst, Sportcomplex De Pas
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1734.0297ELSTsportdepas-ONT1

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding

Tegen de groeiende dorpskern Elst ligt sportpark De Pas. Een goed en traditioneel sportpark, dat aan de vooravond staat van verdere intensivering van primaire sportvoorzieningen. Eind 2017 nam de gemeenteraad van Overbetuwe unaniem het amendement aan om dit sportpark door te ontwikkelen tot een vitaal sportpark en daar ook gelden voor te reserveren. In het vervolg hierop is in nauw overleg met de huidige gebruikers en andere belanghebbenden een ruimtelijk plan opgesteld, waarin ook door de gemeente aangekochte gronden tussen het sportpark en de Rijksweg Zuid zijn betrokken.

afbeelding "i_NL.IMRO.1734.0297ELSTsportdepas-ONT1_0001.png"

De nieuwe plannen zijn niet allemaal mogelijk conform het nu nog geldende bestemmingsplan 'Sportcomplex De Pas'. Om deze te kunnen realiseren is een partiële herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.

Dit nieuwe bestemmingsplan, 'Elst, Sportcomplex De Pas', vertaalt de plannen in juridisch planogische regels, die de kaders vormen waarbinnen de gewenste ontwikkelingen om te komen tot een vitaal sportpark kunnen worden gerealiseerd.

.

1.2 Ligging en beschrijving plangebied

Het onderhavige plangebied is gelegen aan de zuidzijde van de kern Elst, ten oosten van de Rijksweg Zuid. Aan de noordzijde ligt de Olympiasingel. Aan de oost- en zuidzijde grenst het plangebied aan agrarisch gebied. Besloten is om een hoveniersbedrijf aan de Rijksweg Zuid, dat onderdeel uitmaakte van het nu geldende bestemmingsplan 'Sportcomplex De Pas' niet mee te nemen in dit nieuwe bestemmingsplan, omdat hier zich verder geen ontwikkelingen voordoen.

afbeelding "i_NL.IMRO.1734.0297ELSTsportdepas-ONT1_0002.png"  
afbeelding "i_NL.IMRO.1734.0297ELSTsportdepas-ONT1_0003.png"  
Figuur 1.1: ligging en begrenzing van het plangebied  

1.3 Huidig bestemmingsplan

In het plangebied geldt momenteel het bestemmingsplan 'Sportcomplex De Pas' (zie ook figuur 1.2). Binnen dit plan zijn de door de gemeente aangekochte gronden liggend tussen Rijksweg Zuid en het sportcomplex (in de oksel van de Rijksweg Zuid en de Olympiasingel) nog bestemd tot ''Agrarisch'. Hier zijn geen sport- en spelactiviteiten toegestaan. Ook is binnen de bestemming 'Groen - 2' parallel aan de Rijksweg Zuid geen hardloop parcours toegestaan. Verder maakt de huidige bestemming van de vijver in het plangebied het niet mogelijk deze intensiever te gaan gebruiken. Daarom is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.

afbeelding "i_NL.IMRO.1734.0297ELSTsportdepas-ONT1_0004.png"  
Figuur 1.2: Verbeelding van het huidige bestemmingsplan 'Sportcomplex De Pas'  

1.4 Leeswijzer

Deze toelichting is als volgt opgebouwd. Na dit inleidende hoofdstuk, worden in hoofdstukken 2 en 3 respectievelijk de bestaande en de toekomstige situatie in het plangebied beschreven. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het voor dit bestemmingsplan van toepassing zijnde rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. In hoofdstuk 5 komen de relevante milieu- en omgevingsaspecten aan de orde. Daarmee wordt inzichtelijk gemaakt of de ontwikkeling in ruimtelijk en milieuhygiënisch opzicht aanvaardbaar en haalbaar is en voldoet aan het vereiste van een goede ruimtelijke ordening. In hoofdstuk 6 is de juridische planopzet beschreven en in hoofdstuk 7 is de financiële toelichting opgenomen. In hoofdstuk 8 is de procedure beschreven.

Hoofdstuk 2 Bestaande situatie

Huidig gebruik

De huidige gebruikers van het sportpark zijn de voetbalclubs Spero en Elistha, de hockeyvereniging HCOB, Scouting Elst, Running Elst, visvereniging De Rietvoorn en postduivenhoudersvereniging De Toekomst. Er zijn negen voetbalvelden (waaronder drie van kunstgras) en drie hockeyvelden met de daarbij behorende clubhuizen en kleedruimten. Verder bevinden zich op en rondom de sportvelden een tribune, dug-outs, doelen en ballenvangers en de benodigde verlichting.

Centraal in het plangebied ligt een waterplas.

Het terrein wordt ontsloten vanaf de Olympiasingel. Bij de ingang van het sportcomplex kan geparkeerd worden. Ook ten noorden en westen van de waterplas zijn parkeervoorzieningen.

In de oksel van deze weg en de Rijksweg Zuid liggen agrarische gronden, deels in gebruik als boomgaard. Deze gronden zijn aangekocht door de gemeente voor de uitbreiding van het sportcomplex.

Hoofdstuk 3 Toekomstige situatie

Het gemeentebestuur wenst het sportpark door te ontwikkelen tot een Vitaal Sportpark. Op een Vitaal Sportpark bestaat aandacht voor:

  • 1. functiemenging,
  • 2. ruimtelijke integratie,
  • 3. een goede sportieve en maatschappelijke benutting,
  • 4. openheid en
  • 5. bestuurlijke vitaliteit.

Ruimtelijk plan

Vanuit dit perspectief is een ruimtelijk plan ontwikkeld dat breed gedragen wordt door alle betrokken partijen, waaronder de sportverenigingen. In figuur 3.1 is dit ruimtelijk plan weergegeven.

afbeelding "i_NL.IMRO.1734.0297ELSTsportdepas-ONT1_0005.png"  
Figuur 3.1: toekomstige inrichting plangebied (totaal)  

Nieuw voetbalveld

Er zal er een voetbalveld (gras) worden aangelegd direct aan de Rijksweg Zuid (zie ook afbeelding 3.2). Zo kan het sportpark aan de kant van Elst een openbaar en uitnodigend sportaanbod realiseren en daarmee een sterkere verbondenheid met Elst realiseren. Een bestaand voetbalveld met gras zal omgezet worden naar kunstgras. Met een extra kunstgrasveld kan binnen het totaal van negen voetbalvelden (waarvan vier kunstgras) voldoende wedstrijd- en trainingscapaciteit worden gerealiseerd voor beide voetbalverenigingen. Er wordt dan voldaan aan de "Richtlijnen voor het bepalen van hoeveelheden velden en kleedkamers" van de KNVB en de wens om in de toekomst door te kunnen groeien.

afbeelding "i_NL.IMRO.1734.0297ELSTsportdepas-ONT1_0006.png"   afbeelding "i_NL.IMRO.1734.0297ELSTsportdepas-ONT1_0007.png"  
Figuur 3.2: Extra voetbalveld   Figuur 3.3: Spelen en recreëren op De Pas  

Spel en recreatie

Als uitnodiging aan de inwoners van Elst wordt in de oksel van de Olympiasingel en de Rijksweg Zuid een parksfeer gerealiseerd. Hier kan jong en oud recreëren en de jongste inwoners spelen (zie ook figuur 3.3). Picknickmogelijkheden tussen de fruitbomen worden afgewisseld met natuurlijke speel- en ravotplekken. Geen voorbestemde speeltoestellen zoals schommels, wipkippen en klimrekken maar een onbestemde ruimte en mogelijkheden om te spelen met natuurlijke materialen en water en hutten te bouwen. Het nieuwe en openbaar toegankelijke deel van het sportpark behoudt zijn natuurlijke karakter en wordt gesitueerd aan de kopse kant van het sportpark om zo de verbondenheid met Elst en zijn uitnodigende functie te versterken. In samenspraak met gebruikers wordt nadere invulling gegeven aan de inrichting.

De hengelsportvereniging de Rietvoorn heeft onderzoek gedaan naar de omstandigheden van de vijver op het sportpark. Deze blijkt verre van optimaal te zijn voor vis. De vereniging wil de omstandigheden verbeteren en de vijver inrichten als een vijver met een hoge bezetting aan kleine karpers. Dit betekent o.a. dat de vijver verondiept zal worden. Er zal een natuurvriendelijke oever worden aangelegd. Daardoor krijgt de visstand meer ontwikkelingsmogelijkheden en krijgt sportpark De Pas een natuurlijk aanzicht. Er zullen visstijgers worden aangelegd, o.a. ook voor mensen met een beperking. Verder worden maatregelen getroffen om schade door aalscholvers te beperken, bijvoorbeeld door zogenaamde vissenbossen (zie ook figuur 3.4). Vissen kunnen daar schuilen.

afbeelding "i_NL.IMRO.1734.0297ELSTsportdepas-ONT1_0008.png"  
Figuur 3.4: Voorbeeld van een vissenbos (bron: Kort Advies Inrichting & Visstandbeheer De Pas, 2017)  

In samenspraak met scouting Elst wordt de vijver ingezet voor vlottenbouw, waterballen en een tokkelbaan dan wel een hangbrug over het water. Tot slot wordt nabij de accommodatie van HCOB een terras op het water gerealiseerd, waarbij mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, statushouders en mensen met een beperking van de Driestroom de gastheer en gastvrouw vormen (zie ook figuur 3.3). De Driestroom In Elst is een zorginstelling, die zorg en ondersteuning biedt aan mensen met en zonder handicap.

De niet georganiseerde sporter

Sporten gebeurt niet alleen in georganiseerd verband. In toenemende mate wordt op eigen gelegenheid of met vrienden hardgelopen, gefietst, gewandeld of buiten getraind (bootcamp) op een moment dat schikt. Vitaal Sportpark De Pas biedt daar op een aansprekende manier ruimte voor. Met verschillende (veilige) hardloop- en trialrunparcoursen met hindernissen (zie de orange onderbroken lijn op figuur 3.3) en een volwaardig bootcampterrein voor een serieuze workout vormt De Pas ook dé plek voor de ongeorganiseerde sporter. Running Elst, één van de vaste 'bewoners' van het sportpark, krijgt hiermee nog meer voet aan de grond op De Pas. In samenspraak met hen en overige sporters en sportaanbieders wordt nadere invulling gegeven aan de inrichting.

Parkeren op De Pas

Volgens de gemeentelijke parkeernormen beschikt De Pas over voldoende parkeerplaatsen. Om de bestaande parkeerplaatsen zo optimaal te gebruiken wordt er gezorgd voor:

  • a. een betere routing;,
  • b. een betere bereikbaarheid van de voetbalverenigingen vanaf het achterste parkeerveld en
  • c. inzet van parkeerstewards.

De sportverenigingen op De Pas gaan hun krachten bundelen voor een autoluw sportpark. Er wordt een parkeercode opgesteld om het autogebruik terug te dringen. Speel je uit, dan spreek je elders af om te verzamelen. Speel je thuis, dan kom je op de fiets. Door het gezamenlijk maken van afspraken wordt de parkeerdruk tegen gegaan. Een Vitaal Sportpark is autoluw.

afbeelding "i_NL.IMRO.1734.0297ELSTsportdepas-ONT1_0009.png"  
Figuur 3.5. Parkeerplaatsen en looproutes  

Gastvrij sportpark

Sportpark De Pas transformeert van een traditioneel sportpark waar hekken en voetbal domineren naar een open en gastvrij sportpark. Het gehele sportpark vormt een uitnodiging aan de inwoners van Elst om te komen sporten, bewegen, spelen of recreëren. Ook als je geen lid bent van een sportvereniging ben je van harte welkom. Het is vooral de programmatische verbinding die andere doelgroepen naar het sportpark trekt. Individuele sporters, loopgroepen, ouders met kinderen, ouderen die onder begeleiding sporten: allemaal doelgroepen voor wie het sportpark op een mooie manier een extra functie en stimulans biedt.

Maar dan moeten deze extra functies wel zichtbaar zijn, aansluiten op bestaande functies met eventuele nieuwe routes en een prettige verblijfskwaliteit hebben. De situering van sportief-recreatieve functies is zeer belangrijk. Een zichtlocatie en de directe bereikbaarheid maakt in deze het verschil. Alleen dan wordt het sportpark onderdeel van de huidige leefomgeving van de inwoners van Elst. Niet alleen tijdens de trainingen of bij de wedstrijden van sportverenigingen maar ook in het recreatieve gebruik van de omgeving. Voor jong en oud. Voor eenieder die sportief wil recreëren in de buitenruimte, individueel of in groepsverband.

Met het verleggen van het natuurgras voetbalveld ontstaat op de kopse kant van het park ruimte voor een sterk sociaal, maatschappelijke verbinding met de woonkern van Elst. De plek voor het (recreatief) sporten (zie weer figuur 3.3) sluit in de toekomst perfect aan op de nieuwe woonwijk ten noorden van de Olympiasingel. Daarmee krijgt de nieuwe woonwijk ook al een goede sportief-recreatieve impuls. De voorzieningen zijn zichtbaar en goed bereikbaar. Essentieel voor het slagen van de ambitie om een Vitaal Sportpark De Pas te worden.

Werkpost De Driestroom

Op basis van een samenwerking tussen de Driestroom en de sportverenigingen op De Pas worden twee vliegen in één klap geslagen. Met de realisatie van een werkpost op De Pas worden mensen met een beperking, statushouders en mensen uit de bijstand ingezet om de sportverenigingen te helpen. Middels een cafetariamodel wordt de specifieke doelgroep onder professionele begeleiding ingezet op die terreinen waarop de meeste behoefte is: schoonmaak, gastheer/vrouw, steward, onderhoud et cetera.

Onderwijs op De Pas

Tot op heden wordt sportpark De Pas niet (structureel) gebruikt door basisscholen uit Elst. Het sportpark biedt een brede variatie aan sport- en speelmogelijkheden: bootcamp, trailrun, vlottenbouw, dierverzorging bij de postduivenvereniging en sportvissen tot (uiteraard) hockey en voetbal. Dit aanbod is elders niet te vinden! Een structureel onderwijsaanbod op De Pas vormt de ambitie: eenmaal per zomermaand een blokuur buitengym voor de bovenbouw uit Elst op sportpark De Pas. In samenspraak met het onderwijs, overbetuwebeweegt.nl en de partijen op sportpark De Pas wordt nadere uitwerking gegeven aan deze ambitie.

Hoofdstuk 4 Beleidskader

4.1 Rijksbeleid

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)
In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte staan de plannen van de Rijksoverheid voor ruimte en mobiliteit. Het Rijk streeft naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. Om dit te bereiken, laat het Rijk de ruimtelijke ordening meer over aan de decentrale overheden (provincie en gemeenten) en komt de gebruiker centraal te staan. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid.

Beoordeling en conclusie
Het plangebied ligt niet in de nationale hoofdstructuur en omvat een ontwikkeling van lokaal belang. Het beleid met betrekking tot het realiseren van sportvoorzieningen wordt dan ook neergelegd bij de decentrale overheden. Er zijn geen nationale belangen in het geding. Het initiatief conflicteert niet met het nationaal ruimtelijke ordeningsbeleid, zoals vastgelegd in de SVIR.

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van bestemmingsplannen, voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over bestemmingsplannen moeten de regels van het Barro worden gerespecteerd.

Beoordeling en conclusie
Het initiatief betreft een lokale ontwikkeling. Er zijn geen nationale belangen in het geding. Het Barro heeft geen doorwerking naar dit bestemmingsplan.

Ladder voor duurzame verstedelijking
Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen, is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk maakt. Wat onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn (ECLI:NL:RVS:2016:1503).

In een bestemmingsplan moet worden aangegeven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte en een motivering, dat de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd als de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied plaatsvindt: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien”.

Beoordeling en conclusie
De Afdeling van de Raad van State laat in het midden of een veldsportcomplex een "andere stedelijke voorziening" is in de zin van artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro (ABRvS 28 januari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:165, r.o. 7.3).

Ervan uitgaande dat het een 'andere stedelijke ontwikkeling' is dient deze wel van enige omvang te zijn. Indien deze niet van enige omvang is beschouwd de rechter de ontwikkeling toch niet als een 'stedelijke ontwikkeling'.

In casu gaat het om een kleine uitbreiding van een bestaand terrein. Agrarische gronden worden omgezet naar Sport en Spel. Het aantal sportvelden wordt niet groter. Er wordt alleen een intensivering van (ongeorganiseerd) gebruik (naast de reguliere georganiseerde sporten) nagestreefd.

In dit bestemmingsplan wordt er daarom van uitgegaan dat er geen sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling'.

Vaste jurisprudentie laat wel zien dat dit niet wegneemt, dat de behoefte aan de mogelijk gemaakte ontwikkeling in het kader van de uitvoerbaarheid van het plan goed dient te worden onderbouwd. Voor die onderbouwing wordt verwezen naar 4.3.

 

4.2 Provinciaal beleid

Omgevingsvisie Gelderland
Provinciale Staten hebben op 9 juli 2014 de Omgevingsvisie Gelderland (hierna: de Omgevingsvisie) vastgesteld. Daarna zijn nog enkele actualisatieplannen vastgesteld. De provincie kiest er in de Omgevingsvisie voor om vanuit twee hoofddoelen bij te dragen aan gemeenschappelijke maatschappelijke opgaven. Deze zijn:

  • een duurzame economische structuur(versterking);
  • het borgen van de kwaliteit en veiligheid van onze leefomgeving.


Deze twee hoofddoelen benadrukken de rol en de kerntaken van de provincie als middenbestuur. Zij beïnvloeden elkaar. Economische structuurversterking vraagt om een aantrekkelijk vestigingsklimaat met een goede bereikbaarheid en voldoende vestigingsmogelijkheden. Dit betekent ook een aantrekkelijke woon- en leefomgeving met de unieke kwaliteiten van natuur, water en landschap in Gelderland. De provinciale hoofddoelen zijn uitgewerkt en vertaald in provinciale ambities, die moeten resulteren in een divers, dynamisch en mooi Gelderland.

Beoordeling en conclusie
De Omgevingsvisie is concreet uitgewerkt in de hierna beschreven Omgevingsverordening Gelderland. Deze verordening bevat concrete regels, waaraan het initiatief wordt getoetst. De Omgevingsvisie zelf bevat geen aanduidingen, die voor dit bestemmingsplan van belang zijn. Het plan is dan ook in overeenstemming met de Omgevingsvisie.

Omgevingsverordening Gelderland
Provinciale Staten hebben de Omgevingsverordening Gelderland (hierna: de Omgevingsverordening of verordening) vastgesteld op 24 september 2014. De verordening wordt geregeld geactualiseerd. De meest recente actualisatie van de Omgevingsverordening dateert van 28 juni 2017.

De regels in de verordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, op delen of op gebiedsgerichte thema's. Gemeenten moeten binnen een bepaalde termijn hun bestemmingsplan afstemmen op de in de verordening opgenomen regels. De regels in de verordening zijn gebaseerd op de provinciale omgevingsvisie en hebben de status van algemeen verbindende voorschriften.

Beoordeling
Dit bestemmingsplan maakt de uitbreiding van het sportpark De Pas mogelijk. Daartoe wordt een bestemming Agrarisch omgezet naar Sport binnen bestaand stedelijk gebied.
In het plangebied geldt volgens de Omgevingsverordening de relevante specifieke aanduiding 'intrekgebied'. Deze aanduiding heeft betrekking op het beschermen van de waterkwaliteit van het grondwater en betekenen beperkingen voor de winning van fossiele energie en bodemenergiesystemen. Activiteiten, die onder de verbodsbepalingen vallen, zijn met het toekomstige gebruik niet aan de orde.

Conclusie
Dit bestemmingsplan is in overeenstemming met de Omgevingsverordening Gelderland.

4.3 Gemeentelijk beleid

Toekomstvisie 2020+ Overbetuwe verbindt..
Op 8 september 2009 heeft de gemeenteraad van Overbetuwe de 'Toekomstvisie 2020, Overbetuwe verbindt..' (hierna: de Toekomstvisie+) vastgesteld. De Toekomstvisie+ van Overbetuwe is het kader voor de ontwikkeling van de gemeente Overbetuwe tot 2020. De visie geeft een richting voor de ruimtelijke, maatschappelijke en economische ontwikkeling. De Toekomstvisie+ omvat het gehele gemeentelijke beleidsterrein. Voor wat betreft de ruimtelijke onderdelen is de Toekomstvisie+ te zien als structuurvisie in de zin van artikel 2.1 Wro voor het grondgebied van de gemeente Overbetuwe. In de Toekomstvisie+ zijn de aspecten leefomgeving, vergrijzing, economische gesteldheid (werk en werkgelegenheid) en duurzaamheid opgenomen om een gewenste identiteit uiteen te zetten.

In de gemeente Overbetuwe zijn 11 kernen van verschillende grootte en met verschillende identiteiten aanwezig. Behoud van de karakteristiek en (specifieke) kwaliteiten van deze kernen is een speerpunt in het beleid.

Een van de opgaven is het 'versterken ontmoeten en cultuur als bindende elementen'. Ontmoeting, cultuur en vrijetijdsbesteding zijn bindende elementen in de Overbetuwse samenleving. De ambitie in deze Toekomstvisie+ is om deze binding te versterken. Dit kan op verschillende manieren vorm krijgen. Allereerst moeten er goede mogelijkheden zijn om elkaar te ontmoeten, te sporten of aan andere vormen van vrijetijdsbesteding deel te nemen. Het aanbod volgt sterk uit initiatieven van de samenleving. De gemeente heeft hierin een faciliterende rol en ondersteunt deelname in brede zin.


Beoordeling
Het planinitiatief is een nadere uitwerking van dit beleid en is gericht op uitbreiding van de sportieve vrijetijdsbesteding. Er worden meer mogelijkheden gecreëerd om elkaar te ontmoeten, zowel georganiseerd als ongeorganiseerd. In casu heeft de gemeente niet alleen een faciliterende rol, omdat zij het project ook financiert.


Conclusie
De ontwikkeling is in kwalitatieve en kwantitatieve zin in overeenstemming met de gemeentelijke Toekomstvisie 2020+ Overbetuwe verbindt..

Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten

5.1 Milieueffectrapportage

Per 1 april 2011 is het Besluit m.e.r. gewijzigd. De belangrijkste aanleidingen hiervoor zijn de modernisering van de m.e.r. wetgeving in 2010 en de uitspraak van het Europese Hof van 15 oktober 2009. Uit deze uitspraak volgt dat de omvang van een project niet het enige criterium mag zijn om wel of geen m.e.r.(-beoordeling) uit te voeren. Ook als een project onder de drempelwaarde uit lijst D zit, kan een project belangrijke nadelige gevolgen hebben, als het bijvoorbeeld in of nabij een gevoelig natuurgebied ligt. Gemeenten en provincies moeten daarom vanaf 1 april 2011 ook bij kleine bouwprojecten, zoals het onderhavige, beoordelen of een m.e.r.(-beoordeling) nodig is.

Ook de Implementatiewet 'herziening m.e.r. richtlijn' heeft mogelijk gevolgen voor dit bestemmingsplan. Sinds 16 mei 2017 is deze wet in werking. De richtlijn wijzigt de procedure en de inhoud van het MER en de m.e.r.-beoordeling, maar ook de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Dit heeft gevolgen voor de inhoud en procedure van ruimtelijke plannen. Voor activiteiten, die zijn opgenomen in onderdeel D van de Bijlage bij het Besluit m.e.r. en waarvan de omvang beneden de in kolom 2 genoemde drempel ligt, geldt een vormvrije m.e.r.-beoordeling.

Beoordeling en conclusie
Dit bestemmingsplan maakt de uitbreiding van het sportpark De Pas mogelijk. De ontwikkeling zou mogelijk als een stedelijk ontwikkelingsproject, zoals bedoeld in het Besluit m.e.r., kunnen worden beschouwd. In het kader van dit bestemmingsplan is onderzoek verricht naar de milieu-effecten van het plan. Zoals in de volgende paragrafen en op basis van de verrichte onderzoek blijkt, treden er geen negatieve milieu-effecten op. Er is daarom geen sprake van een m.e.r.-plichtige activiteit of van een m.e.r.-beoordelingsplicht.

 

5.2 Geluid en licht

De gemeente is van plan in de oksel van de Olympiasingel en de Rijksweg -Zuid sport- en spelmogelijkheden aan te leggen. Het gaat om de aanleg van een voetbalveld (gras), een natuurspeeltuin in een parkachtige omgeving voor jong en oud en een hardloop- en trialrunparcours. Deze laatste zal o.a. ook gerealiseerd worden meer zuidelijk in een bestaande groenstrook achter een aantal woningen parallel aan de Rijksweg Zuid.

Beoordeling geluids- en lichthinder nieuw voetbalveld

In VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' wordt voor een aantal milieuaspecten per bedrijfscategorie een indicatieve afstand aangegeven. Deze afstand dient aangehouden te worden bij ruimtelijke ontwikkelingen waarbij bedrijvigheid mogelijk wordt gemaakt in de directe nabijheid van gevoelige bestemmingen zoals woningen. Indien niet kan worden voldaan aan de indicatieve afstand die genoemd is in VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' dient door middel van onderzoek gemotiveerd te worden op welke wijze, op een kortere afstand, een vergelijkbaar beschermingsniveau bij de woningen kan worden behaald. Voor een veldsportcomplex met verlichting geldt een richtafstand van 50 meter bij het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Een 'rustige woonwijk' is een gebied waar vrijwel geen andere functies dan wonen voorkomen en er weinig verstoring is door verkeer.

Hiervan is hier geen sprake, mede gelet op de ligging direct langs de hoofdinfrastructuur van Elst. Het gaat hier om de omgevingstype 'gemengd gebied' met een richtafstand van 30 meter. De reeds aanwezige verhoogde milieubelasting voor geluid (vanwege de wegen) rechtvaardigt de typering 'gemengd gebied'.

Het nieuwe sportveld is gelegen op een afstand van meer dan 30 meter van de nabijgelegen woningen. Het woon- en leefklimaat van deze woningen wordt dan ook niet onevenredig aangetast door het nieuwe sportveld (uitgaande van een omgevingstype 'gemengd gebied'). Overigens het is de bedoeling dat het nieuwe voetbalveld gebruikt gaat worden als wedstrijdveld. Dus op korte termijn zal hier geen verlichting worden aangebracht. Maar op termijn maakt het bestemmingsplan hier verlichting wel planologisch-juridisch mogelijk.

Boordeling geluidshinder spelplek / natuurspeeltuin

Een natuurspeeltuin wordt niet genoemd in de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering'. In dit bestemmingsplan wordt een natuurspeeltuin gelijk gesteld met een kinderboerderij, die wel in de VNG-publicatie wordt genoemd. Hiervoor geldt een richtafstand van 10 meter in een gemengd gebied.

Alle nabijgelegen woningen liggen op een afstand van 10 meter tot de bestemming 'Recreatie - Dagrecreatie'. Er wordt dus voldaan aan deze richtafstand. Het woon- en leefklimaat van deze woningen wordt dan ook niet onevenredig aangetast door de nieuwe natuurspeeltuin.

Beoordeling hardloop- en trialrunparcours

Een hardloop- en trialrunparcours wordt ook niet genoemd in de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering'. In dit bestemmingsplan wordt deze activiteit gelijkgesteld met een golfbaan, waar ook incidenteel mensen alleen of in kleine groepjes (weliswaar langzaam) langs lopen. Hier geldt een richtafstand van 10 meter in een rustige woonwijk tussen de woningen en de bestemmingsgrens. De bestemming Sport, waar een hardloop- en trialrunparcours overal is toegestaan, ligt op meer dan 10 meter afstand van de bestaande woningen.

Achter en nabij de woningen gelegen aan de Rijksweg Zuid 29-35 ligt de bestemming Groen. Deze strook is ruim 35 breed vanaf de bestemmings- en perceelsgrens. In de regels en op de verbeelding is geborgd dat een hardloop- en trialrunparcours pas is toegestaan op minimaal 10 meter vanaf deze grens. De afstand tot de woningen zelf is gemiddeld 20 meter, zodat ruimschoots aan de richtlijn van 10 meter wordt voldaan voor een rustige woonwijk (terwijl eigenlijk sprake is van een gemengd gebied). Het woon- en leefklimaat van deze woningen wordt dan ook niet onevenredig aangetast door het nieuwe hardloop- en trialrunparcours.

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat het aspecten geluid en licht geen belemmering vormen voor de vaststelling van dit bestemmingsplan Elst, Sportcomplex De Pas.

5.3 Luchtkwaliteit

De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Hierin zijn grenswaarden opgenomen voor luchtvervuilende stoffen. Voor ruimtelijke projecten zijn fijn stof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) de belangrijkste stoffen.

Een project is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde;
  • het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit;
  • het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging;
  • het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van maatregelen.

Om te bepalen of een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtkwaliteit is een algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) vastgesteld waarin de uitvoeringsregels zijn vastgelegd. Een project kan in twee situaties NIBM bijdragen aan de luchtkwaliteit:

  • het project behoort tot de lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) die is opgenomen in de Regeling NIBM;
  • het project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 (1,2ìg/m3).

Beoordeling
Dit bestemmingsplan maakt de uitbreiding van een sportcomplex mogelijk. Bewust is er voor gekozen om het aantal parkeerplaatsen niet uit te breiden. Dit is ook niet noodzakelijk. Het beleid is juist gericht op het terugdringen van het autogebruik.

Mogelijk dat op andere tijden dan de zaterdag het aantal vervoersbewegingen toeneemt. Het initiatief is echter niet te vergelijken met de bouw van 1.500 woningen of 66.667 m² kantoor en de daarmee gepaard gaande verkeersgeneratie. Deze projecten behoren tot de lijst met categorieën van gevallen, die is opgenomen in de Regeling NIBM. Het plan valt onder de 3% grens voor PM10 of NO2. Het plan draagt dan ook 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging.


Conclusie
Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.

5.4 Bodem

De bodemkwaliteit vormt een belangrijk aspect bij ontwikkelingen. In het kader van functiewijziging en herinrichting vormt de bodemkwaliteit bij ontwikkeling van ruimtelijke functies een belangrijke afweging.
Beoordeling
In het kader van dit bestemmingsplan is een verkennend bodemonderzoek gedaan naar de bodem, van de gronden die nu nog agrarisch in gebruik zijn en in dit plan een andere bestemming krijgen. Dit onderzoek is als bijlage 1 bij deze toelichting gevoegd. De milieu hygiënische kwaliteit van het terrein is vastgelegd. Er is geen geval van ernstige bodemverontreiniging aangetoond. De aangetoonde gehaltes in de bodem geven geen aanleiding tot het uitvoeren van nader onderzoek.

Conclusie
Het aspect bodemkwaliteit vormt geen belemmering in het kader van dit bestemmingsplan.

5.5 Externe veiligheid

Inleiding

Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie, als op het transport van gevaarlijke stoffen. Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de veiligheidsrisico's in het plangebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze externe veiligheidsrisico's dienen te worden beoordeeld voor twee risiconormen, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Voor beide risiconormen geldt dat hoe groter de afstand tussen planontwikkeling en risicobron, des te kleiner zal de impact van het plan zijn op de hoogte van het risico.

Plaatsgebonden risico

Het plaatsgebonden risico heeft tot doel om hetzelfde minimale beschermingsniveau te bieden voor iedere burger in Nederland. Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans per jaar dat een onbeschermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron (bedrijf, weg, spoorlijn etc.), waarbij de 10-6 contour (kans van 1 op 1 miljoen op overlijden) de maatgevende grenswaarde is.


Groepsrisico

Het groepsrisico is een afwegingsinstrument dat tot doel heeft een bewuste afweging te stimuleren over het risico op een ongeval met een groot aantal slachtoffers. Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek, waarin op de horizontale as het aantal dodelijke slachtoffers is weergegeven en op de verticale as de cumulatieve kansen per jaar op ten minste dat aantal slachtoffers. Voor het groepsrisico geldt de oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording (géén norm).

Voor elke verandering van het groepsrisico (af- of toename) in het invloedsgebied moet verantwoording worden afgelegd, over de wijze waarop de toelaatbaarheid van deze verandering in de besluitvorming is betrokken.

Samen met de hoogte van groepsrisico moeten andere kwalitatieve aspecten worden meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico. Onder deze aspecten vallen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Onderdeel van deze verantwoording is overleg met (advies vragen aan) de regionale brandweer.


Planbeoordeling

De ontwikkeling betreft een uitbreiding van een bestaand 'Sportcomplex de Pas' in Elst. De uitbreiding behelst de verplaatsing van een bestaand voetbalveld en de noordkant van het terrein wordt openbaar toegankelijk gemaakt voor sport en recreatie. Daarnaast wordt de bestaande vijver beschikbaar gemaakt voor hengelsport en aantal andere functies. Verder wordt er op het terrein een parcours ingericht voor hardlopen (bootcamp) en is het de ambitie dat het sportcomplex ook gebruikt gaat worden door de basisscholen uit Elst. Hierdoor neemt het aantal personen toe.

Op basis van de risicokaart van de provincie Gelderland is een inventarisatie gemaakt van de risicobronnen in en rondom het plangebied, die een extern veiligheidsrisico kunnen veroorzaken. In figuur 5.1 is een uitsnede opgenomen van de provinciale risicokaart.

afbeelding "i_NL.IMRO.1734.0297ELSTsportdepas-ONT1_0010.png"  
Figuur 5.1: Uitsnede provinciale risicokaart (geraadpleegd op 09-08-2018) met het plangebied in de zwarte cirkel.  

De informatie van de provinciale risicokaart levert de volgende inzichten op.

Transportroutes

Het plangebied ligt op ± 800 meter van de Betuweroute, op ± 750 meter van de spoorlijn Arnhem - Nijmegen en op ± 1.000 meter van de snelweg A15. Over deze transportassen vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Op basis van de regeling basisnet en de provinciale risicokaart is vastgesteld dat de plaatsgebonden risicocontour 10-6 van deze drie risicobronnen niet over het plangebied ligt.

Ten aanzien van het groepsrisico is het plangebied gelegen in het invloedsgebied van de Betuweroute, de spoorlijn Arnhem-Nijmegen en de snelweg A15. Ontwikkelingen binnen het invloedsgebied hebben mogelijk invloed op de hoogte van het groepsrisico. Echter is de afstand tussen het plan en de drie risicobronnen dermate groot (groter dan 200 meter), dat de wetgever heeft aangegeven dat het groepsrisico alleen beperkt verantwoord hoeft te worden. Hierdoor hoeft niet de hoogte van het groepsrisico in beeld gebracht te worden, maar enkel nog de aspecten zelfredzaamheid en beheersbaarheid.

Buisleidingen

Het plangebied ligt op 310 meter van een viertal hogedruk aardgastransportleidingen. Door deze ondergrondse buisleidingen wordt aardgas vervoerd. Op basis van de provinciale risicokaart is vastgesteld dat de 10-6 risicocontour niet over het plangebied ligt.

Ten aanzien van het groepsrisico is het plangebied gelegen in het invloedsgebied van drie van de vier aardgastransportleidingen (A-505, A-507, A-663). Ontwikkelingen binnen het invloedsgebied hebben mogelijk invloed op de hoogte van het groepsrisico. Doordat het plan buiten de 100% letaliteitsafstand is gelegen (max. 220 meter) kan er worden volstaan met een beperkte verantwoording groepsrisico.

Inrichtingen

Het plangebied ligt op ongeveer ± 1.300 meter van het emplacement van de Betuweroute (genaamd CUP). Bij dit emplacement vinden rangeer bewegingen plaats met gevaarlijke stoffen. Op basis van de risicokaart is vastgesteld dat plaatsgebonden risicocontour 10-6 niet over het plangebied ligt.

Het invloedsgebied groepsrisico (3.000 meter) van het CUP is wel gelegen over het plangebied. Gezien de grote afstand tussen CUP en het plan, zal de gevraagde wijziging wanneer berekend in een risicoberekening voor het groepsrisico niet zichtbaar zijn. Verder blijkt uit de destijds uitgevoerde risicoberekening van het CUP dat de berekende hoogte van het groepsrisico zich ver beneden de orientatiewaarde bevindt. Wel moet het groepsrisico uitgebreid verantwoord worden conform artikel 13 van besluit externe veiligheid inrichtingen.

Verantwoording groepsrisico

Het plan is gelegen in het invloedsgebied groepsrisico van verschillende externe veiligheidsrisicobronnen. Conform vigerende wetgeving moet de gemeente hierdoor het groepsrisico verantwoorden. Meer specifiek gaat om de wettelijke verplichting op grond van Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) artikel 7 en 9 (zie onderdelen H en I) vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Betuweroute, spoorlijn Arnhem - Nijmegen en de snelweg A15, het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) artikel 12 (zie onderdelen A, B, H en I) vanwege een drietal aardgastransportleidingen en het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) artikel 13 vanwege het CUP. De gemeente heeft bij het invullen van de verantwoordingsplicht een grote mate van beoordelingsvrijheid. Ten aanzien van de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid heeft de veiligheidsregio adviesrecht. Bij het invullen van de verantwoordingsplicht is gebruik gemaakt van het advies van Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden (VGGM) van 5 september 2018 met kenmerk 180905-0022. Dit advies is als bijlage 2 bij de toelichting gevoegd.

A. Personendichtheid
De ontwikkeling betreft een uitbreiding van een bestaand 'Sportcomplex de Pas' in Elst. De uitbreiding behelst de verplaatsing van een bestaand voetbalveld en de noordkant van het terrein wordt openbaar toegankelijk gemaakt voor sport en recreatie. Daarnaast wordt de bestaande vijver beschikbaar gemaakt voor hengelsport en aantal andere functies. Verder wordt er op het terrein een parcours ingericht voor hardlopen (bootcamp) en is het de ambitie dat het sportcomplex ook gebruikt gaat worden door de basisscholen uit Elst.

Door deze ontwikkelingen neemt het aantal personen toe. Deze toename zit hem alleen niet in de piekmomenten maar juist in de dalmomenten. Er is namelijk gezocht naar een maatschappelijke invulling van het sportcomplex op de momenten dat het sportcomplex niet zo intensief wordt gebruikt. De verwachten toename bedraagt hierdoor maximaal 50 personen in de dalmomenten, ervan uitgaande dat het sportcomplex ook gebruikt gaat worden door basisscholen.

B. Hoogte groepsrisico

Aardgastransportleidingen

Gezien de grote afstand tussen CUP en het plan, zal de gevraagde wijziging wanneer berekend in een risicoberekening voor het groepsrisico niet zichtbaar zijn. Verder blijkt uit de destijds uitgevoerde risicoberekening van het CUP door Oranjewoud/Save (kenmerk 040591 – P97, 2004) dat de berekende hoogte van het groepsrisico zich ver beneden de oriëntatiewaarde bevindt.

C t/m E. Mogelijkheden tot beperking van het groepsrisico binnen de inrichting

Omdat de ontwikkeling op grote afstand is gelegen van het CUP ziet de gemeente Overbetuwe geen mogelijkheden om het groepsrisico verder te beperken. In het verleden zijn er aanvullende veiligheidsmaatregelen opgenomen in de omgevingsvergunning van het CUP.

F. De voor en nadelen van andere mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico

De gemeente Overbetuwe ziet geen andere mogelijkheden voor een ruimtelijke ontwikkeling met een lager groepsrisico. Aangezien het hier uitbreiding van een bestaande activiteit betreft en op grote afstand is gelegen van het CUP.

G. Mogelijkheden en de voorgenomen maatregelen tot beperking van het groepsrisico in de nabije toekomst

De gemeente Overbetuwe is niet voornemens nieuwe maatregelen te nemen om het groepsrisico in de toekomst verder te beperken bij het CUP.

H bestrijdbaarheid

Bij een calamiteit zal de brandweer zich inzetten om effecten ten gevolge van het incident met toxische stoffen te beperken. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden bij de bron. De brandweer richt zich dan niet direct op het bestrijden van effecten in of nabij het plangebied. De mogelijkheden voor bestrijdbaarheid worden daarom niet verder in beschouwing genomen. VGGM ziet ook geen reden om nader te adviseren in het kader van de bestrijdbaarheid.

I. Zelfredzaamheid

Bij een calamiteit is het belangrijk dat de aanwezigen in het plangebied worden geïnformeerd hoe te handelen bij een incident. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde waarschuwings- en alarmeringspalen (WAS palen) en NL-Alert. Bij een scenario waarin toxische stoffen vrijkomen is het advies om te schuilen in een gebouw, waarvan ramen, deuren en ventilatie gesloten kunnen worden. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid zijn voldoende en VGGM ziet ook geen reden om aanvullend te adviseren

Conclusie

Het plan ligt buiten de plaatsgebonden risicocontour 10-6 van een inrichting, buisleiding en transportroute met een externe veiligheidsrisico. De plaatsgebonden risicocontour van de diverse risicobronnen vormt geen belemmering voor de realisatie van het plan.

Ten aanzien van het groepsrisico ligt het plangebied in het invloedsgebied van de Betuweroute, de spoorlijn Arnhem-Nijmegen, de snelweg A15, een drietal aardgastransportleidingen en het CUP. Op basis van de verantwoording groepsrisico (zie hierboven) kan worden geconcludeerd dat het ruimtelijke initiatief geen significant effect heeft op het groepsrisico, dan wel de mogelijkheden voor rampenbestrijding en zelfredzaamheid. Daarmee is het aspect externe veiligheid geen belemmering voor de realisatie van het plan. De VGGM zag eveneens ook geen aanleiding om aanvullend te adviseren in het kader van de zelfredzaamheid en beheersbaarheid.

5.6 Kabels en leidingen

Het verrichten van werkzaamheden in de nabijheid van hoogspanningsmasten en -kabels en dergelijke, kan gevaar met zich meebrengen. Om dit gevaar zoveel mogelijk te beperken moet de leidingbeheerder aangeven onder welke voorwaarden de werkzaamheden veilig plaats kunnen vinden.

Beoordeling en conclusie
In het plangebied zijn geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig. Dit aspect levert dan ook geen belemmeringen op voor de realisatie van het plan.

5.7 Waterparagraaf

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder b) moet inzicht worden gegeven in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Daarbij zijn de hierna beschreven beleidsstukken van belang.

Rijksbeleid
Nationaal waterplan
In december 2015 stelde het kabinet het Nationaal Waterplan vast. Dit plan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2016-2021 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van voldoende en schoon water, en diverse vormen van gebruik van water. Ook worden de maatregelen genoemd die hiertoe worden genomen.

Op basis van de Wet ruimtelijke ordening heeft het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie.

Provinciaal beleid
Provinciaal Waterplan
In het Waterplan Gelderland is het waterbeleid beschreven aan de hand van een aantal thema's, zoals landbouw, wateroverlast, watertekort, natte natuur, grondwaterbescherming en hoogwaterbescherming. Voor deze thema's is beschreven welke doelstellingen voor 2027 en 2015 er liggen. Daarbij is beschreven hoe de provincie voor de planperiode de uitvoering van acties ziet om die doelstellingen te bereiken. Bij sommige thema's gelden aanvullende waterdoelstellingen voor specifieke waterhuishoudkundige functies.

Waterschap Rivierenland
Waterbeheerplan 2016-2021
Dit plan, vastgesteld op 27 november 2015, gaat over het waterbeheer in het hele rivierengebied en het omvat alle watertaken van het waterschap: waterkwantiteit, waterkwaliteit, waterkering en waterketen. In het Waterbeheerplan staat wat Waterschap Rivierenland de komende periode gaat doen om inwoners van het rivierengebied veiligheid en voldoende schoon en mooi water in sloten en plassen te kunnen blijven bieden. Het plan is in samenwerking met onder meer de gemeente Overbetuwe opgesteld.

Keur Waterschap Rivierenland 2014
Voor waterhuishoudkundige ingrepen is de 'Keur Waterschap Rivierenland 2014' van toepassing. De Keur is een waterschapsverordening die gebods- en verbodsbepalingen bevat met betrekking tot ingrepen, die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. Zo is het onder andere verboden om handelingen te verrichten waardoor het onderhoud, aanvoer, afvoer en/of berging van water kan worden belemmerd, zonder een ontheffing van het Waterschap. De wateren en waterkeringen waarop de keur van toepassing is, zijn vastgelegd in de legger wateren.

Realisatie van nieuwe bebouwing en/of verhard oppervlak moet hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. Bij het toevoegen van bebouwing of verharding geldt een compensatieplicht. Er geldt een eenmalige vrijstelling van de compensatieplicht wanneer minder verharding dan 500 m² in stedelijk gebied of minder dan 1.500 m² in landelijk gebied wordt toegevoegd.

Gemeente Overbetuwe
Waterplan Overbetuwe
In 2008 stelde de gemeente Overbetuwe in samenwerking met het Waterschap Rivierenland het Waterplan Overbetuwe vast. Het waterbeheerplan van het waterschap is later geactualiseerd (zie hierboven), ook in samenwerking met onder meer de gemeente Overbetuwe. Beide plannen gelden naast elkaar.

In het Waterplan Overbetuwe wordt het beleidskader geschetst en worden concrete maatregelen voor het watersysteem uitgewerkt. Naast het waterplan wordt parallel een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) opgesteld waarin de maatregelen voor de riolering (waterketen) worden uitgewerkt.

Met het opstellen van een waterplan wordt inzicht gegeven in de relevante wateropgaven voor de gemeente Overbetuwe, zoals:

  • wateroverlast, het zoeken van oplossingen om wateroverlast tegen te gaan;
  • waterkwaliteit, het onderzoeken van mogelijkheden voor het verbeteren van de waterkwaliteit;
  • grondwater, het inventariseren van grondwateroverlast;
  • beleving van water, burgers betrekken bij water;
  • afspraken en taken van waterschap en gemeente.


Beoordeling (watertoets)
Met dit plan wordt geen verharding toegevoegd. Wel wordt er een kunstgrasveld aangelegd en de bestaande vijver wordt ondieper gemaakt. Omdat de vijver geen verbinding heeft met andere watergangen heeft het waterschap geen bezwaar tegen het ondieper maken van deze vijver. Daarnaast biedt de vijver nog voldoende ruimte voor de opvang van hemelwater van het extra kunstgrasveld. Voor het kunstgrasveld moet 30% van het oppervlak worden gecompenseerd.

Hydrologisch is de ontwikkeling neutraal. Van belang is dat schoon hemelwater en vuilwater in de toekomstige situatie gescheiden worden afgevoerd. Daarvoor bestaan geen belemmeringen.

Het plangebied ligt niet in een grondwaterbeschermingsgebied. Ingrepen in het kader van dit bestemmingsplan, zullen geen bodemlagen aantasten die het grondwatersysteem kunnen veranderen. Ook ligt het plangebied niet in de nabijheid van een waterkering. Het plan heeft dan ook geen invloed op waterkeringen.

Conclusie
De ontwikkeling waarin dit bestemmingsplan voorziet, is hydrologisch neutraal. Er is geen sprake van toename van verhard oppervlak. Wel komt er een extra kunstgrasveld. De bestaande vijver biedt voldoende ruime voor de opvang van hemelwater van het extra kunstgrasveld. Bij de uitwerking van het initiatief, moeten schoon hemelwater en vuilwater gescheiden worden afgevoerd. Negatieve effecten op oppervlaktewater of op de veiligheid van een waterkering zijn uitgesloten.

Gezien het bovenstaande heeft het plan geen negatieve gevolgen voor de waterhuishouding en vormt het aspect water dan ook geen belemmering in het kader van dit bestemmingsplan.

5.8 Flora en fauna

De bescherming van de natuur is sinds 1 januari 2017 vastgelegd in de Wet Natuurbescherming (Wnb). Deze heeft de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet vervangen. De Wnb geeft het wettelijke kader voor de bescherming van natuurgebieden en voor soortenbescherming. Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan moet worden onderzocht of de Wnb de uitvoering van het plan niet in de weg staat in verband met de bescherming van gebieden en dier- en plantsoorten. De provincies zijn het bevoegd gezag voor zowel de gebieds- als de soortenbescherming.

Gebiedsbescherming
In de Wnb is de bescherming opgenomen van Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan moet worden onderzocht of dit plan, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Natura 2000-gebieden hebben een externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden en verstoring kunnen veroorzaken, moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Een ruimtelijk plan dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan alleen worden vastgesteld als uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Als deze zekerheid er niet is, kan het plan worden vastgesteld als wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden:

  • alternatieve oplossingen zijn niet voorhanden;
  • het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard; en
  • de noodzakelijke compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft.

Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen: Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones. Voor deze gebieden geldt een planologisch beschermingsregime. Het NNN is op provinciaal niveau uitgewerkt in het Gelders Natuurnetwerk (GNN) met de bijbehorende Groene Ontwikkelingszones (GO). Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen.

Soortenbescherming
In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen:

  • 1. soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn;
  • 2. soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn;
  • 3. de bescherming van overige soorten.

Per beschermingsregime is aangegeven welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag.

Beoordeling

Gebiedsbescherming
Het plangebied ligt op ruime afstand van beschermde natuurgebieden. Het meest nabij gelegen gebied is het Natura 2000-gebied Rijntakken, dat op ongeveer 2,6 kilometer afstand van het plangebied ligt. Dit gebied behoort ook tot het Gelders Natuurnetwerk. In de omgeving van het plangebied zijn geen andere Natura 2000- of GNN-gebieden aanwezig.

Dit bestemmingsplan betreft een uitbreiding van een bestaand sportveld. Gezien de aard van de wijziging, de beperkte omvang van de ontwikkeling en de grote afstand tot beschermde natuurgebieden, kunnen negatieve effecten op deze gebieden in de vorm van licht- of geluidverstoring op voorhand worden uitgesloten.

Vanuit een oogpunt van gebiedsbescherming bestaan er dan ook geen belemmeringen voor het plan.

Soortenbescherming
In de huidige situatie is het plangebied een weiland met daarin fruitbomen. Deze bomen zullen zoveel mogelijk gespaard blijven. De kans op beschermde soorten is hier niet aannemelijk.

Conclusie

Het aspect flora en fauna vormt geen belemmering in het kader van dit bestemmingsplan.

5.9 Archeologie en cultuurhistorie

De bescherming van archeologisch en cultureel erfgoed in Nederland is vastgelegd in de Erfgoedwet, die op 1 juli 2016 in werking is getreden. Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening moet in het plan rekening worden gehouden met cultuurhistorische waarden.

De gemeente Overbetuwe heeft voor haar gemeentelijk grondgebied een erfgoedplan en een archeologische beleidsadvieskaart gemaakt. Het erfgoedplan beoogt versterking van de plaats en betekenis van cultuurhistorie als factor in het ruimtelijk beleidsproces.

Beoordeling
In en nabij het plangebied zijn geen cultuurhistorisch waardevolle gebouwen, gebieden of andere elementen aanwezig. Ten aanzien van het aspect cultuurhistorie zijn er dan ook geen belemmeringen.

Het plangebied ligt volgens de archeologische beleidskaart in een gebied met archeologische verwachtingswaarde 4 (gebieden met een hoge archeologische verwachting). Voor bodemingrepen dieper dan 0,30 meter en met een oppervlakte van minimaal 100 m² is een archeologisch onderzoek noodzakelijk.


Conclusie
Gelet op de hoge verwachtingswaarde is een dubbelbestemming 'Waarde - archeologische verwachting 2' ter bescherming van mogelijke archeologische waarden in de regels opgenomen.

5.10 Verkeer en parkeren

Parkeren
Volgens de gemeentelijke parkeernormen beschikt De Pas over voldoende parkeerplaatsen. Hooguit wordt het achterste parkeerveld onvoldoende gebruikt op de drukke zaterdagmorgen. Dit zal worden ondervangen door:

  • a. een betere routing;,
  • b. een betere bereikbaarheid van de voetbalverenigingen vanaf het achterste parkeerveld en
  • c. inzet van parkeerstewards.

De sportverenigingen op De Pas gaan hun krachten bundelen voor een autoluw sportpark. Er wordt een parkeercode opgesteld om het autogebruik terug te dringen. Speel je uit, dan spreek je elders af om te verzamelen. Speel je thuis, dan kom je op de fiets. Door het gezamenlijk maken van afspraken wordt de parkeerdruk tegen gegaan. Een Vitaal Sportpark is autoluw.


Verkeer
Er zullen geen extra sportvelden worden aangelegd op het sportpark De Pas. Wel is het initiatief gericht op meer recreëren op het terrein de hele week door. Er komt een (natuur)speelterrein en de mogelijkheid wordt gecreëerd om individueel te sporten (niet in groepsverband en niet georganiseerd).

Vanuit verkeerskundig oogpunt zijn er geen belemmeringen te verwachten om deze verkeersbewegingen op te vangen. Er wordt gebruik gemaakt van de bestaande in-/uitrit van het parkeerterrein aan de Olympiasingel. De omliggende infrastructuur is geschikt om de toekomstige aantallen verkeersbewegingen zonder problemen te verwerken. Er zijn geen verkeerskundige problemen te verwachten.

Hoofdstuk 6 Juridische planopzet

6.1 Algemene opzet

Inleiding
Dit hoofdstuk bevat de concrete vertaling van het beleidsgedeelte en de gewenste ontwikkeling (voorafgaande hoofdstukken) in het juridisch gedeelte van het bestemmingsplan (de verbeelding en regels).

Het bestemmingsplan 'Elst, Sportcomplex De Pas' bestaat uit de volgende onderdelen:

De toelichting
In de toelichting is de ontwikkeling beschreven en verantwoord, zowel op basis van het beleid als op basis van milieu-hygiënische aspecten, aangevuld met een toelichting op de juridische opzet.

De regels
Deze bevatten de bouw- en gebruiksregels binnen de verschillende bestemmingen en algemene regels die in het gehele plangebied gelden. Daarnaast zijn waar nodig afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden opgenomen, om het plan de benodigde flexibiliteit te geven.

De verbeelding
Op de verbeelding zijn de bestemmingen 'Groen', 'Tuin', 'Verkeer - Verblijfsgebied' en 'Wonen' en de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologische verwachting 1 en 3' opgenomen. Voor de woningen zijn bouwvlakken opgenomen met enkele maatvoeringsaanduidingen.

De opzet van het plan
Het bestemmingsplan is een juridisch plan, dat bindend is voor inwoners en voor de overheid. De basis voor de regeling is het nu nog geldende bestemmingsplan 'Sportcomplex De Pas'. Waar nodig is de regeling aangevuld om het vitaal sportcomplex De Pas mogelijk te kunnen maken. Gekozen is voor een concreet, gedetailleerd plan, omdat sprake is van een concreet initiatief. De bestemmingen zijn zo opgezet, dat de inrichting van het openbaar gebied (met uitzondering van de hoofdontsluiting) relatief flexibel kan worden ingevuld.

Bouwplan
Als een aanvraag om omgevingsvergunning wordt ingediend, zijn in eerste instantie de bestemming met bijhorende regels van belang. Als het nieuwe en het beoogde gebruik past binnen de toegekende bestemming, dan kan de omgevingsvergunning worden verleend.

6.2 Toelichting op de verbeelding en regels

Op de verbeelding zijn de bestemmingen onderscheiden. De bestemmingen zijn afgeleid uit het gebruik (de aanwezige en nieuwe functies). De bestemmingen vormen het zogenaamde casco van het plan, waarvan in beginsel niet mag worden afgeweken.

Groen
Binnen deze bestemming zijn naast groenvoorzieningen ook een hardloop- en trialrunparcours met hindernissen toegestaan. Deze laatste alleen op de gronden met de aanduiding 'specifieke vorm van groen - hardloop- en trialrunparcours'. Binnen deze bestemming zijn enkel bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan die ten dienste staan van de bestemming. Deze mogen niet hoger zijn dan 3 meter.

Recreatie - Dagrecreatie

De toekomstige natuurspeelplaats heeft de bestemming 'Recreatie - Dagrecreatie' gekregen. Hier zijn dagrecreatieve activiteiten toegestaan. Ook kan hier een deel van het hardloop- en trialrunparcours met hindernissen worden aangelegd.

Binnen deze bestemming zijn enkel bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan die ten dienste staan van de bestemming.


Sport
Gelet op het karakter van het plangebied wekt het geen verbazing dat dit de hoofdbestemming van het bestemmingsplan is. Binnen deze bestemming worden de bestaande en nieuwe functies en gebouwen toegestaan. Ten opzichte van de geldende regeling zijn de regels maar summier aangepast. Zo is de abseiltoren binnen deze bestemming gebracht en als zodanig mogelijk gemaakt.

Via een aparte procedure zijn in het verleden op de hockeyvelden op specifieke plekken lichtmasten van 18 hoog toegestaan. In dit bestemmingsplan zijn deze specifieke plekken weer opgenomen op de verbeelding met bijbehorende regels. Op het overige sportpark zijn overal lichtmasten toegestaan. Daar gelden dus geen restricties voor de locatie van de lichtmasten.

In het geldende bestemmingsplan zijn reeds bepaalde aan de sport ondergeschikte activiteiten toegestaan, zoals kinderopvang, ondersteunende horeca, verenigingsleven en kamperen. Deze activiteiten zijn ook weer mogelijk gemaakt in dit nieuwe bestemmingsplan. Ze passen uitstekend in het concept van een 'Vitaal Sportpark', waar functiemenging en een goede sportieve en maatschappelijke benutting van De Pas belangrijke beleidsdoelstellingen zijn. In de regels is vastgelegd, dat deze activiteiten aan de sport ondergeschikt en ondersteundend dienen te zijn en met de sport verweven dienen te zijn.


Verkeer
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bedoeld voor wegen, straten en paden, voet- en fietspaden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, speelvoorzieningen en dergelijke. Deze bestemming is gelegd in het uiterste noordwesten van het plangebied.

Binnen de bestemming zijn geen gebouwen toegestaan, maar uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Water
Deze bestemming heeft betrekking op de 'waterplas' binnen het plangebied. Hier zijn o.a. ook waterstaatkundige kunstwerken, (vis)steigers, terrassen, en andere waterstaatswerken toegestaan. De plas is ook bedoeld voor recreatief medegebruik, zoals vissen, duiken en scouting (tokkelbaan, vlottenbouw).

Waarde - Archeologische verwachting 2

Een groot deel van het plangebied is gelegen in een gebied met een hoge archeologische verwachtingswaarde. Ter bescherming van eventueel aanwezige waarden hebben deze gronden de dubbelbestemming Waarde - Archeologische verwachting 2 gekregen. Er is een onderzoeksplicht vanaf 100 m2 bij aanvragen om een omgevingsvergunning en > 100 m2 en > 0,30 m diepte bij andere werken waarvoor een omgevingsvergunning noodzakelijk is.

Binnen de bestemming is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen waarbij deze dubbelbestemming kan worden verwijderd. Dit kan blijken uit archeologisch onderzoek ter plaatse op basis waarvan inzichten gewijzigd kunnen zijn en een aanpassing van deze bestemming noodzakelijk kan zijn.

Waterstaat - Waterlopen
Dit is een dubbelbestemming die betrekking heeft op de gronden die direct grenzen aan de waterlopen, die ten noorden en zuiden van het plangebied liggen. Het doel van deze dubbelbestemming is om de hiervoor bedoelde gronden te beschermen tegen ontwikkelingen die een negatief effect kunnen hebben op de watergang. Derhalve zijn op deze gronden die op de verbeelding nader zijn aangeduid, uitsluitend bouwwerken (geen gebouwen) toegestaan die ten dienste staan van de waterloop. Deze regel gaat, voor het gebied zoals dat op de verbeelding is aangegeven, voor op de mogelijkheden die de onderliggende bestemming Sport biedt.


Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Deze regel is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld.

Algemene gebruiksregels
Dit artikel bevat een algemene regeling over strijdig gebruik.

Algemene afwijkingsregels
In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels waarvan door middel van een omgevingsvergunning afgeweken kan worden van het bestemmingsplan. Het gaat hier om kleinschalige afwijkingen van de voorschreven maatvoering en overschrijdingen van de bouwgrenzen.

Algemene wijzigingsregels
In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels waarvan door middel van een wijzigingsplan afgeweken kan worden van het bestemmingsplan. Dit betreft kleine wijzigingen van de bestemmingsgrenzen.

Algemene procedureregels
In dit artikel is de procedure in geval van toepassing van de in het plan opgenomen afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden opgenomen

Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Het voor alle bestemmingsplannen verplichte overgangsrecht is opgenomen. Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een omgevingsvergunning voor het bouwen is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, ook brengt het niet met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingbevoegdheid. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet.

Slotregel
Dit artikel geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.

Hoofdstuk 7 Financiële toelichting

Kostenverhaal
Zowel het huidige sportpark als de gronden, waar de uitbreiding van het sportpark zal plaatsvinden, zijn in eigendom van de gemeente Overbetuwe. Daarmee is het kostenverhaal anderszins verzekerd en hoeft er geen exploitatieplan te worden vastgesteld.


Financiële haalbaarheid
De omvorming van het sportcomplex tot een vitaal sportpark kost circa 1.1 miljoen euro. De provincie Gelderland subsidieert het plan met circa 150.000 euro. De gemeenteraad heeft besloten 950.000 euro beschikbaar te stellen en deze gelden zijn inmiddels ook gereserveerd. De financieel-economische haalbaarheid is hiermee in voldoende mate aangetoond.

 

Hoofdstuk 8 Overleg en inspraak

8.1 Inleiding

De procedures voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd, voordat een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Bovendien kan het noodzakelijk zijn om belanghebbenden de gelegenheid te bieden om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Dit is afhankelijk van de inspraakverordening van de gemeente. Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan van start gaan.

8.2 Inspraak

De Wro zelf bevat geen bepalingen over inspraak. Dat neemt niet weg dat het de gemeente vrij staat toch inspraak te verlenen op grond van de gemeentelijke inspraakverordening. In relatie daarmee bepaalt artikel 150 van de Gemeentewet onder meer dat in een gemeentelijke inspraakverordening moet worden geregeld op welke wijze personen en rechtspersonen hun mening kenbaar kunnen maken. Voor dit bestemmingsplan heeft, gezien de geringe ingrepen en kleinschalige ontwikkeling die met deze planherziening mogelijk gemaakt zijn, geen inspraak plaatsgevonden. Wel zijn omwonenden begin juli 2018 geinformeerd tijdens een informatiebijeenkomst.

8.3 Overleg

Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan dat het bestuursorgaan, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan, overleg pleegt met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen. Ook moet overleg worden gepleegd met die diensten van provincie en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of die belast zijn met de behartiging van belangen, welke in het plan in het geding zijn.

De VROM-inspectie heeft gemeenten bij brief van 26 mei 2009 geïnformeerd, dat uitsluitend overleg met de rijksdiensten hoeft te worden gevoerd indien één of meerdere benoemde nationale belangen aan de orde zijn. Daarvan is bij deze ontwikkeling geen sprake. Over het bestemmingsplan is dan ook geen overleg gevoerd met de Rijksdiensten.

Met het Waterschap Rivierenland heeft in juli 2018 overleg plaatsgevonden. De opmerkingen zijn verwerkt in waterparagraaf 5.7.

Conform gemaakte afspraken met de provincie Gelderland was het niet noodzakelijk dit bestemmingsplan te bespreken met de provincie vanwege het ontbreken van een provinciaal belang.

8.4 Vaststellingsprocedure

De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan vindt plaats volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Het bestemmingsplan wordt in dit kader ter visie gelegd gedurende een periode van zes weken. Gedurende deze periode kan een ieder zijn zienswijzen kenbaar maken tegen het plan. Eventuele zienswijzen worden samengevat en van een reactie voorzien.

Het plan wordt vervolgens, al dan niet gewijzigd, ter vaststelling aangeboden aan de gemeenteraad.

8.5 Beroep

Na vaststelling wordt het bestemmingsplan voor de tweede maal zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking.