direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Overbetuwe, Paraplubestemmingsplan Plussenbeleid
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1734.0323OVBplussenbel-VSG1

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding

In maart 2017 heeft de Provincie Gelderland het beleid voor niet-grondgebonden veehouderij gewijzigd door middel van het 'Gelderse Plussenbeleid' (hierna: (provinciaal) plussenbeleid). Doel van het beleid is om meer kwaliteit bij de ontwikkeling van niet-grondgebonden veehouderijen te waarborgen. Het plussenbeleid is verankerd in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en de Omgevingsverordening Gelderland.

Het provinciaal plussenbeleid kan en moet momenteel worden toegepast op uitbreidingsinitiatieven van niet-grondgebonden veehouderijen die niet mogelijk zijn volgens de huidige bestemmingsplannen en overige ruimtelijke plannen. Voor uitbreidingen binnen de mogelijkheden van de huidige ruimtelijke plannen, betekent dit dat het plussenbeleid niet toegepast hoeft te worden. Dit geldt ook voor het benutten van afwijkings- en wijzigingsbevoegdeheden uit de geldende plannen.

De gemeente Overbetuwe wil in de beleidsnota 'Plussenbeleid niet-grondgebonden veehouderij Overbetuwe' eigen beleid vaststellen ter uitvoering van het provinciaal beleid. De gemeente kiest er voor om het plussenbeleid niet alleen toe te passen op initiatieven, die niet passen binnen de huidige rechtstreekse planologische mogelijkheden, maar ook bij initiatieven, die gebruik maken van in de huidige plannen opgenomen afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden voor uitbreiding van niet-grondgebonden veehouderijen.

Om dit juridisch te borgen, heeft de gemeente er voor gekozen om een overkoepelend bestemmingsplan ('paraplubestemmingsplan') op te stellen, waarin juridisch verankerd wordt dat de spelregels van het plussenbeleid ook toegepast moeten worden bij gebruikmaking van de betreffende afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden. Het opstellen van dit paraplubestemmingsplan loopt gelijktijdig met de vaststelling van de beleidsnota. De beleidsnota is op 7 januari 2020 vastgesteld.

1.2 Beschrijving plangebied

Het plangebied van dit paraplubestemmingsplan beslaat het grootste deel van het buitengebied van de gemeente Overbetuwe. Het plussenbeleid is van toepassing op het hele buitengebied, met uitzondering van de kernen. Concreet bestaat het plangebied uit de plangrenzen van de volgende geldende ruimtelijke plannen:

  • Bestemmingsplan 'Buitengebied Overbetuwe', vastgesteld op 5 maart 2013;
  • Wijzigingsplan 'Buitengebied, Adelhofstraat 2, Homoet', vastgesteld op 16 februari 2016.

Deze plannen bevatten in de planregels afwijkings- en/of wijzigingsbevoegdheden voor uitbreiding van niet-grondgebonden agrarische bedrijven. Het gemeentelijk Plussenbeleid is op deze plannen van toepassing. De bestemmingsplannen 'Park Lingezegen' en 'Elst, Schil Westeraam A325' en de beheersverordening 'Buitengebied, Beheersverordening De Danenberg' maken geen onderdeel uit van het plangebied. Deze plannen bevatten namelijk géén afwijkings- en/of wijzigingsbevoegdheden voor uitbreiding van niet-grondgebonden agrarische bedrijven.

1.3 Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk, worden in hoofdstuk 2 de achtergronden en opzet van het plan beschreven. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de relatie van het plan met het relevante beleid op Rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. De juridische opzet van het plan komt in hoofdstuk 4 aan de orde. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de financiële aspecten en in hoofdstuk 6 wordt ten slotte ingegaan op de procedure, overleg en inspraak in het kader van het paraplubestemmingsplan.

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving

In maart 2017 heeft de Provincie Gelderland het beleid voor niet-grondgebonden veehouderij gewijzigd door middel van het Gelderse Plussenbeleid. Doel van het beleid is om meer kwaliteit bij de ontwikkeling van niet-grondgebonden veehouderijen te waarborgen. Het plussenbeleid is verankerd in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en de Omgevingsverordening Gelderland.

De gemeente Overbetuwe moet het plussenbeleid voor 1 januari 2027 in haar bestemmingsplan(nen) voor het buitengebied of, na inwerkingtreding van de Omgevingswet, in het gemeentelijk omgevingsplan implementeren. Zodra het plussenbeleid is geïmplementeerd in een vastgesteld bestemmingsplan of een omgevingsplan (gebieds- of locatiegericht), is deze overgangsbepaling niet meer van toepassing. Tot die tijd kan het provinciaal plussenbeleid worden toegepast op uitbreidingsinitiatieven van niet-grondgebonden veehouderijen die niet mogelijk zijn volgens de huidige bestemmingsplannen en overige ruimtelijke plannen. Voor uitbreidingen binnen de mogelijkheden van de huidige ruimtelijke plannen, betekent dit dat het plussenbeleid niet toegepast hoeft te worden. Dit geldt ook voor het benutten van afwijkings- en wijzigingsbevoegdeheden uit de geldende plannen.

De gemeente Overbetuwe is momenteel bezig met het opstellen van gemeentelijk beleid over de manier waarop de gemeente het provinciaal plussenbeleid wil toepassen. Hiertoe wordt de beleidsnota 'Plussenbeleid niet-grondgebonden veehouderij Overbetuwe' vastgesteld. De vaststelling van dit beleid loopt gelijktijdig op met het bestemmingsplan. De gemeente kiest er voor om het plussenbeleid niet alleen toe te passen op initiatieven, die niet passen binnen de huidige rechtstreekse planologische mogelijkheden, maar ook bij initiatieven, die gebruik maken van in de huidige plannen opgenomen afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden voor uitbreiding van niet-grondgebonden veehouderijen.

Om dit juridisch te borgen heeft de gemeente er voor gekozen om een overkoepelend bestemmingsplan ('paraplubestemmingsplan') op te stellen, waarin geregeld wordt, dat de spelregels van het plussenbeleid ook toegepast moeten worden bij gebruikmaking van de betreffende afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden. Hiermee wordt rechtsongelijkheid voorkomen en een integraal beleid toegepast, waarmee de gewenste kwaliteitsverbetering, verduurzaming en vergroting van maatschappelijk draagvlak bij deze initiatieven beter en sneller bereikt wordt. Dit paraplubestemmingsplan zorgt voor de juridische verankering van toepassing van het gemeentelijk plussenbeleid op deze initiatieven. In paragraaf 3.3 en Bijlage 1 van dit bestemmingsplan wordt nader ingegaan op dit beleid.

Hoofdstuk 3 Beleidskader

3.1 Rijksbeleid

In paragraaf 6.2 van het "Plussenbeleid niet-grondgebonden veehouderij Overbetuwe (april 2019)" in Bijlage 1 van de regels van dit bestemmingsplan, wordt onder andere ingegaan op de relatie tussen het plussenbeleid, veehouderijen en enkele Nationale regelgevingen. Hier wordt dan ook naar verwezen. Onder andere wordt ingegaan op de relatie met het Besluit emissiearme huisvesting dierenverblijven (Beh), de Wet natuurbescherming (Wnb), de Wet natuurbescherming en de Wet geurhinder en veehouderij. Geconcludeerd wordt dat het plussenbeleid op veel punten kan bijdragen aan de uitgangspunten uit deze beleidsstukken. De beleidsregels uit de bijvoorbeeld Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) hebben overigens geen belang bij dit paraplubestemmingsplan en zorgen dan ook niet voor belemmeringen.

3.2 Provinciaal beleid

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland
Provinciale Staten hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (hierna: de Omgevingsvisie) vastgesteld. Deze is in werking getreden op 1 maart 2019. Het doel van de Omgevingsvisie is: een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland, vanuit het verleden én met het oog op de toekomst. De provincie is als middenbestuur een belangrijke schakel bij het bereiken van deze doelstellingen en wil op een aantal manieren waarde toevoegen:

  • met een brede blik kijken naar de inrichting en kwaliteit van de Gelderse leefomgeving;
  • stimuleren van ontwikkelingen enerzijds en beschermen van waarden anderzijds;
  • focussen op duurzaamheid, onderlinge verbondenheid en een economisch krachtig Gelderland;
  • door middel van 7 ambities verder verdiepen van de focus.

De 7 ambitities van de provincie zien op de volgende thema's: energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en de woon- en leefomgeving. Per ambitie is de provinciale aanpak beschreven.

De Omgevingsvisie is concreet uitgewerkt in de hierna beschreven Omgevingsverordening Gelderland. Het provinciale plussenbeleid is dan ook concreter in de Omgevingsverordening van Gelderland opgenomen dan in de Omgevingsvisie. Dit is in de navolgende subparagraaf opgenomen.

Omgevingsverordening Gelderland
Provinciale Staten hebben de Omgevingsverordening Gelderland (hierna: de Omgevingsverordening of verordening) vastgesteld op 24 september 2014. De verordening wordt geregeld geactualiseerd. De meest recente actualisatie van de Omgevingsverordening dateert van 19 december 2018.

De regels in de verordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, op delen of op gebiedsgerichte thema's. Gemeenten moeten binnen een bepaalde termijn hun bestemmingsplan afstemmen op de in de verordening opgenomen regels. De regels in de verordening zijn gebaseerd op de provinciale Omgevingsvisie en hebben de status van algemeen verbindende voorschriften.

Onderdeel van de Omgevingsvisie Gelderland is een beleidswijziging voor de niet-grondgebonden veehouderij met als doel randvoorwaarden te scheppen voor duurzame niet-grondgebonden veehouderij en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Nieuwvestiging van een niet-grondgebonden veehouderijbedrijf is op basis van de Omgevingsverordening Gelderland niet toegestaan. Onder 'nieuwvestiging' wordt verstaan: vestiging van of het planologisch mogelijk maken van een veehouderijbedrijf op een nieuw agrarisch bouwvlak. Dit verbod ziet niet op uitbreiding van bestaande niet- grondgebonden bedrijven. Deze krijgen wel ruimte om te groeien door middel van een vergroting van het bestaande agrarisch bouwvlak. Aan deze groei zijn eisen verbonden. De voorwaarden hiervoor worden in het bestemmingsplan vastgelegd. De groei moeten ondernemers 'verdienen.' De groeipotentie van een bedrijf is afhankelijk van de plek waar het bedrijf ligt. In geval van uitbreiding moet de ondernemer extra stappen zetten voor maatschappelijk verantwoord ondernemen en rekening houden met een duurzame ontwikkeling. De provincie noemt dit het plussenbeleid.

In artikel 2.30 en 2.31 van de Omgevingsverordening Gelderland wordt ingegaan op het plussenbeleid. Hierin is concreet het volgende beschreven:

Artikel 2.30 (uitbreiding niet-grondgebonden veehouderijbedrijf of veehouderijtak: handreiking beleidsregels Plussenbeleid)

  • 1. Gedeputeerde Staten stellen in een handreiking een algemeen kader vast voor de door het gemeentebestuur op te stellen beleidsregels Plussenbeleid.
  • 2. De handreiking Plussenbeleid bevat in ieder geval als kader dat:
    • a. uitbreiding van een niet-grondgebonden veehouderijbedrijf of niet-grondgebonden veehouderijtak alleen mogelijk is als door de aanvrager plusmaatregelen worden getroffen;
    • b. de investering in de te treffen plusmaatregelen aantoonbaar € 15,- tot € 20,- per vierkante meter bruto stalvloeroppervlakte van de uitbreiding bedraagt;
    • c. de plusmaatregelen getroffen worden in de volgende rangorde:
      • ter plaatse op het erf;
      • in de directe omgeving van het erf;
      • in de omgeving van de direct-omwonenden.
    • d. de te treffen plusmaatregelen geborgd worden in:
      • een privaatrechtelijke overeenkomst, inclusief een boetebeding;
      • een voorwaardelijke plicht in het bestemmingsplan, of
      • de voorschriften van een omgevingsvergunning.

Artikel 2.31 (instructieregel bestemmingsplan Plussenbeleid)

  • 1. Een bestemmingsplan maakt een uitbreiding van een niet-grondgebonden veehouderijbedrijf of niet-grondgebonden veehouderijtak alleen mogelijk als de uitbreiding voldoet aan door het gemeentebestuur in overeenstemming met de handreiking Plussenbeleid vastgestelde beleidsregels;
  • 2. Een bestemmingsplan kan eens per vijf jaar een uitbreiding van een niet-grondgebonden veehouderijbedrijf of veehouderijtak mogelijk maken met een omvang van ten hoogste 500 vierkante meter, waarop de vastgestelde beleidsregels niet van toepassing zijn.

In de Omgevingsverordening Gelderland wordt door middel van een instructieregel voorgeschreven dat uitbreiding van niet-grondgebonden veehouderijbedrijven en -takken alleen mogelijk is als de uitbreiding voldoet aan de gemeentelijke beleidsregels voor het plussenbeleid. Deze gemeentelijke beleidsregels moeten in overeenstemming zijn met de kaders in de Handreiking Plussenbeleid van de Provincie Gelderland.

De gemeente Overbetuwe moet het plussenbeleid voor 1 januari 2027 in haar bestemmingsplan(nen) voor het buitengebied of, na inwerkingtreding van de Omgevingswet, in het gemeentelijk omgevingsplan implementeren. Zodra het plussenbeleid is geïmplementeerd in een vastgesteld bestemmingsplan of een omgevingsplan (gebieds- of locatiegericht), is deze overgangsbepaling niet meer van toepassing. Tot die tijd kan het provinciaal plussenbeleid worden toegepast op uitbreidingsinitiatieven van niet-grondgebonden veehouderijen die niet mogelijk zijn volgens de huidige bestemmingsplannen en overige ruimtelijke plannen. Voor uitbreidingen binnen de mogelijkheden van de huidige ruimtelijke plannen, betekent dit dat het plussenbeleid niet toegepast hoeft te worden. Dit geldt ook voor het benutten van afwijkings- en wijzigingsbevoegdeheden uit de geldende plannen.

De gemeente Overbetuwe is momenteel bezig met het opstellen van gemeentelijk beleid over de manier waarop de gemeente het provinciaal plussenbeleid wil toepassen. In paragraaf 3.3 wordt hierop ingegaan. Het provinciaal beleid zorgt in ieder geval niet zoor belemmeringen voor onderhavig paraplubestemmingsplan, maar kan eerder gezien worden als een handleiding voor het gemeentelijke plussenbeleid en voor dit bestemmingsplan.

3.3 Gemeentelijk beleid

Plussenbeleid niet-grondgebonden veehouderij Overbetuwe (2020)
In de Omgevingsverordening Gelderland wordt door middel van een instructieregel voorgeschreven dat uitbreiding van niet-grondgebonden veehouderijbedrijven en -takken alleen mogelijk is als de uitbreiding voldoet aan de gemeentelijke beleidsregels voor het plussenbeleid. De gemeente Overbetuwe moet het plussenbeleid voor 1 januari 2027 in haar bestemmingsplan(nen) voor het buitengebied of, na inwerkingtreding van de Omgevingswet, in het gemeentelijk omgevingsplan implementeren.

Om dit juridisch te borgen heeft de gemeente er voor gekozen om onderhavig overkoepelend bestemmingsplan ('paraplubestemmingsplan') op te stellen, waarin juridisch verankerd wordt, dat de spelregels van het plussenbeleid ook toegepast moeten worden bij gebruikmaking van de betreffende afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden.

Het gemeentelijke plussenbeleid dat met dit bestemmingsplan van toepassing wordt verklaard voor deze bestemmingsplannen, is opgenomen in Bijlage 1 bij de regels. Vaststelling van het beleid heeft gelijktijdig plaatsgevonden met de vaststelling van dit paraplubestemmingsplan, op 7 januari 20

20. Hierna wordt een samenvatting gegeven van dit beleid:

Het doel van het plussenbeleid is meer kwaliteit bij de ontwikkeling van niet-grondgebonden veehouderijbedrijven: in dialoog met de omgeving en extra investeren in fysieke maatregelen passend bij een gebied. Iedere uitbreiding van mogelijkheden voor de niet-grondgebonden veehouderij ten opzichte van het geldende bouwvlak (incl. eventuele beperkende regels die gelden binnen het bouwvlak) moet worden getoetst aan het plussenbeleid.

Tot het moment dat het plussenbeleid is geïmplementeerd in het bestemmingsplan (voor een locatie of een gebied) wordt in de beleidsregels uitbreiding van agrarische bebouwing binnen de mogelijkheden van het bestaande bouwvlak gerespecteerd, wat betekent dat hierbij geen plussenbeleid toegepast hoeft te worden. De gemeente Overbetuwe kiest ervoor om met een parapluplan (overkoepelend bestemmingsplan) voor het plussenbeleid-gebied te regelen dat de spelregels van het plussenbeleid ook toegepast moeten worden bij gebruikmaking van de wijzigings- en afwijkings-bevoegdheden die in het bestemmingsplan opgenomen staan. Dit betekent dat bij iedere verruiming van de planologische mogelijkheden voor de niet-grondgebonden veehouderij de spelregels van het plussenbeleid toegepast moeten worden.

Omdat het plussenbeleid niet onnodig belemmerend mag werken kan per niet-grondgebonden veehouderij(tak) elke 5 jaar éénmaal een uitbreiding van 500 m2 of minder mogelijk worden gemaakt zonder dat de spelregels van het plussenbeleid van toepassing zijn. Om deze uitzondering toe te kunnen passen moet het plussenbeleid door de gemeenteraad zijn vastgesteld.

Bestaande niet-grondgebonden veehouderijen kunnen groeiruimte verdienen door maatschappelijke tegenprestaties (plussen) welke leiden tot een betere kwaliteit voor de leefomgeving en verduurzaming van de niet-grondgebonden veehouderij. Het voeren van een omgevingsdialoog speelt bij hierbij een belangrijke rol.

De plus-maatregelen zijn extra (bovenwettelijke) fysieke maatregelen binnen minimaal één van de volgende thema's:

  • 1. wensen uit de omgeving;
  • 2. landschap;
  • 3. milieu;
  • 4. dierenwelzijn;
  • 5. duurzame energie,

onder de voorwaarde dat wensen van de omgeving altijd moeten worden afgewogen.

Als niet gekozen wordt voor plus-maatregelen naar aanleiding van wensen vanuit de omgeving moet gemotiveerd worden waarom hier niet voor gekozen wordt. Dit geldt ook als de ondernemer reeds kiest voor plus-maatregelen binnen één van de overige thema's.

In dit beleidskader wordt voor de verschillende thema's geduid welke maatregelen als basiskwaliteit worden beschouwd en welke maatregelen als plus-investering kunnen worden beschouwd.

De plus-maatregelen moeten in de volgende rangorde toegepast worden:

  • 1. Ter plaatse op het erf;
  • 2. In de directe omgeving van het erf;
  • 3. In de omgeving van direct-omwonenden.

De investering in de plus-maatregelen moet van de Provincie Gelderland €15/m² tot €20/m² bruto stalvloeroppervlakte van de uitbreiding bedragen. De gemeente Overbetuwe kiest voor een investeringsverplichting van €15,- excl. btw per m2 bruto stalvoeroppervlak van de uitbreiding van het bouwvlak of van de uitbreiding buiten het bouwvlak.

Wanneer een ondernemer een initiatief heeft tot uitbreiding van zijn bouwvlak voor niet-grondgebonden veehouderij moet een aantal processtappen doorlopen worden:

  • 1. ambtelijk vooroverleg met de gemeente
  • 2. dialoog met de omgeving
  • 3. principeverzoek en -besluit
  • 4. (ontwerp)-bestemmingsplan of omgevingsvergunning


Toepassing van het plussenbeleid maakt onderdeel uit van de toetsing om te komen tot een goede ruimtelijke ordening. De gemeente bekijkt altijd eerst of sprake is van een goede ruimtelijke ordening en vervolgens in hoeverre ondernemer rekening houdt met de belangen van z'n omgeving en of voldaan wordt aan het plussenbeleid. De gemeente kan op basis van goede ruimtelijke ordening besluiten dat een uitbreiding ruimtelijk niet aanvaardbaar is, ook al wordt voldaan aan het plussenbeleid.

Het ontwerp plussenbeleid is mede tot stand gekomen door deze in werkateliers te bespreken met vertegenwoordigers van belangenorganisaties en stakeholders. De resultaten van deze werkateliers zijn vervolgens betrokken in de uitwerking van de beleidsnotitie. Na de ter inzage legging van het ontwerp Plussenbeleid worden zienswijzen verwerkt tot een raadsvoorstel en een beleidsnotitie ter vaststelling van het plussenbeleid van de gemeente Overbetuwe.

Hoofdstuk 4 Juridische planopzet

4.1 Inleiding

Inleiding
Dit hoofdstuk bevat de concrete vertaling van het beleidsgedeelte, zoals beschreven in de voorafgaande hoofdstukken, in het juridisch gedeelte van het bestemmingsplan. De verbeelding en regels vormen gezamenlijk het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan.

Het bestemmingsplan 'Overbetuwe, Paraplubestemmingsplan Plussenbeleid' bestaat uit de volgende onderdelen:

De toelichting
In de toelichting is de ontwikkeling beschreven en verantwoord, aangevuld met een toelichting op de juridische opzet.

De verbeelding
Op de verbeelding is enkel de gebiedsaanduiding 'overige zone - plussenbeleid' opgenomen. Deze gebiedsdekkende aanduiding geldt naast de onderliggende bestemmingen, dubbelbestemmingen en aanduidingen van de huidige plannen.

De regels
De regels hebben een beperkt toepassingsbereik, namelijk uitsluitend de afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden ten behoeve van uitbreiding van niet-grondgebonden agrarische bedrijven, die in de huidige bestemmingsplannen ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - plussenbeleid' opgenomen zijn. Deze bevoegdheden zijn aangevuld met de in de regels opgesomde onderdelen.

4.2 De opzet van het plan

Algemeen

Het bestemmingsplan is een juridisch plan dat bindend is voor inwoners en voor de overheid. Het paraplubestemmingsplan ziet op een specifieke regeling, die aanvullend op de onderliggende plannen geldt. Voor het overige blijven de onderliggende bestemmingen, dubbelbestemmingen en aanduidingen onverkort van toepassing.

Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Deze regel is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld.

Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Het voor alle bestemmingsplannen verplichte overgangsrecht is opgenomen. Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een omgevingsvergunning voor het bouwen is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsbepaling houdt niet in, dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, ook brengt het niet met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan, mag eveneens worden voortgezet.

Slotregel
Dit artikel geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.

Hoofdstuk 5 Financiële toelichting

Dit paraplubestemmingsplan voorziet niet in een bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, eerste lid, Wro. Het is daarom niet nodig om een exploitatieplan op te stellen. Er doet zich dus geen mogelijkheid voor tot kostenverhaal, zoals bedoeld is in afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening. De kosten voor het opstellen van het plan komen voor rekening van de gemeente.

Met dit bestemmingsplan worden geen directe bouw- of gebruiksmogelijkheden toegevoegd of beperkt. Ten gevolge van het plan onstaat dan ook geen risico op voor vergoeding in aanmerking komende planschade.

De financiële uitvoerbaarheid is gelet op het voorgaande in voldoende mate aangetoond.

Hoofdstuk 6 Overleg en inspraak

6.1 Inleiding

De procedures voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd, voordat een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Bovendien kan het noodzakelijk zijn om belanghebbenden de gelegenheid te bieden om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Dit is afhankelijk van de inspraakverordening van de gemeente. Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan van start gaan.

6.2 Inspraak

De Wro zelf bevat geen bepalingen over inspraak. Dat neemt niet weg dat het de gemeente vrijstaat toch inspraak te verlenen op grond van de gemeentelijke inspraakverordening. In relatie daarmee bepaalt artikel 150 van de Gemeentewet onder meer dat in een gemeentelijke inspraakverordening moet worden geregeld op welke wijze personen en rechtspersonen hun mening kenbaar kunnen maken. Voor dit bestemmingsplan vond, gezien de aard van het plan, geen inspraak plaats. Wel is, gedurende zes weken vanaf 18 juli 2019, inspraak geboden in het kader van de ontwerp beleidsnota Plussenbeleid niet-grondgebonden veehouderij Overbetuwe. Deze inspraakreacties zijn samengevat en van een reactie voorzien in het rapport inspraak en zienswijzen (Bijlage 1). De beleidsnota is naar aanleiding van de reacties verduidelijkt en aangescherpt.

6.3 Overleg

Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan dat het bestuursorgaan, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan, overleg pleegt met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen. Ook moet overleg worden gepleegd met die diensten van provincie en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of die belast zijn met de behartiging van belangen, welke in het plan in het geding zijn. Gezien de aard van het plan vond in dit geval geen vooroverleg plaats.

6.4 Vaststellingsprocedure

De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan vindt plaats volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Het bestemmingsplan is in dit kader ter visie gelegd gedurende een periode van zes weken vanaf 18 juli 2019, gelijktijdig met de inspraakperiode in het kader van de ontwerp beleidsnota. Gedurende deze periode kon een ieder zijn zienswijzen kenbaar maken tegen het plan. Er zijn geen zienswijzen ingediend. Ook de inspraakreacties tegen de ontwerp beleidsnota hebben geen aanleiding gegeven tot wijziging van het plan. Ambtshalve is één wijziging aangebracht. In de bijlage bij de regels is de vastgestelde versie van het gemeentelijke Plussenbeleid opgenomen.

Het bestemmingsplan is vervolgens op 7 januari 2020, gelijktijdig met de beleidsnota, vastgesteld door de gemeenteraad.

6.5 Beroep

Na vaststelling wordt het bestemmingsplan voor de tweede maal gedurende zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking.